Stap 2: Compositie
Na de praktische overwegingen kan ik aan mijn beeld beginnen. Mijn focus is duidelijk: het overweldigend gevoel van de felle kleuren proberen vastleggen, met een focus op het opvallende gele gebladerte. Een extra aspect in die sfeer was de regen. De stortbui was dan wel gepasseerd, maar het druppelde nog. Er hing ook vocht tussen de bomen in de vorm van mist. Hoe ik dat effect beeldend zal aanpakken, weet ik op dit punt niet.
Theorie en ervaring
Om de compositie te maken berust ik deels op intuitie en deels op theorie. De gulden snede[2] geeft bijvoorbeeld een veilige basis, maar ik vind het interessanter die verhoudingen niet blindelings toe te passen. Ik ga eerder gevoelsmatig te werk vanuit mijn ervaring met het tekenen van landschappen. De gele bomen wil ik centraal. Als kijker heb je dan een overzicht van het bos. Je staat er niet van beneden op te kijken, eerder op gelijke hoogte. Zo wil meer nadruk leggen op de grootte van het bos en niet zo zeer de nietigheid van de kijker.
Die gele kruinen moeten een centrale rol krijgen in de compositie. In mijn eerste aanzet zoek ik een manier om deze mooi in de aandacht te plaatsen. Met een donker geel potlood schets ik vanuit een soepele pols de grote vormen en pas mijn bewegingen aan om in de richtingen van mijn potloodlijnen een hint van kruinen te geven. Materiaal en onderwerp zijn zeer vertrouwd. De manier van mijn potlood vast houden, de richting waarin ik teken en druk die ik zet, weet ik te controleren. Toch blijf ik op zoek naar vernieuwing.
Kleur
Ik speur vervolgens mijn foto af naar interessante elementen in deze bladeren. Daarbij overweeg ik de hoeveelheid details die nodig zouden zijn voor het gewenste doel, de intensiteit van het gebruikte potlood en de textuur van het potlood op het papier. Zo tracht ik alle aspecten van deze eerste kleur op mijn lege blad te onderzoeken en af te wegen of ik de methodes wil herhalen met andere kleuren.
Na het geel, selecteer ik mijn andere kleuren. Groen is evident. Met alle groene potloden in de aanslag overloop ik nogmaals de foto en test welke groentint gepast is voor de naaldbomen. Opnieuw start ik vanuit een vage indicatie om de bomen een plaats te geven om nadien met gerichte bewegingen de takken aan te geven. Telkens ik een bepaalde beweging in de pols of in de vingers heb die een interessant effect opleverd, herhaal ik die onmiddellijk op andere plaatsen waar ik dat zelfde effect wil. Dat doe ik nu voor de naaldtakken.
Dan was het tijd om de minder voor de hand liggende kleuren te selecteren die het geheel sterker zouden maken. Voor de lucht en mist had ik een gepaste blauwtint nodig. Een donker blauwig paars moest voor diepte zorgen. Bruin, rood en roze versterkte de herfstige sfeer van het bos.
Mijn selectie is ook weer gebaseerd op theorie en intuitie. Vanuit de kleurenleer[3] weet ik complementaire kleuren te gebruiken om contrasten te creëren en lichte kleuren te omringen met donkere om ze groter en feller te laten uitstralen. De beschikbare potloden waren dan weer een eerdere selectie in de winkel op basis van kleuren die ik persoonlijk mooi vond. Hier kwam geen enkele theorie aan te pas.